welk woord zoek je?

Bargoens is een term voor de vreemde, onbegrijpelijke taal, geheimtaal of argot die in Nederland in de eerste helft van de twintigste eeuw werd gehanteerd door mensen aan de zelfkant van de samenleving, zoals daklozen en landlopers, rondtrekkende handelaren, (markt)kooplieden, kermisklanten en onderwereldfiguren (penoze).

Bargoens is onderdeel van de volkstaal, maar waar de grens tussen Bargoens en volkstaal ligt, is niet precies te zeggen. Een deel ervan vindt ongetwijfeld zijn oorsprong in de geheimtaal van de onderwereld, de zogenaamde dieventaal. Dat geldt met name voor aanduidingen van het geld (heitje, joetje, geeltje) of de dienaren van de wet (glimmerik voor een agent in uniform). Andere Bargoense woorden stammen uit het Jiddisch (jatten voor handen, majem voor water). Het Bargoens bevat ook Nederlandse, Romani, Jenische en Hoog-Duitse invloeden. Tot het midden van de 20e eeuw werd het, vaak als tweede taal, gebruikt door groepen reizende woonwagenbewoners, Joden, Romani, Jenische en sommige Sinti, tevens in woonwijken van Amsterdam en in Zuid-Limburg.

Soms heeft het Bargoens zijn weg gevonden naar de beschaafde omgangstaal, zoals bijvoorbeeld gappen, pet of piek. Andere Bargoense woorden of uitdrukkingen zijn daarentegen juist ontleend aan de algemene omgangstaal om er geheimtaal van te maken, waardoor ze heel gewoon klinken: gappen voor stelen, huisbaas voor pooier, uitgaan voor tippelen.