boksharing

Betekenis: bokking; koud gerookte haring.

Varianten: bekkem; boeksharing; boestering; boestring; bokkem; bökkem; bokkom; bokshoren; brado; brander; buckinc; buckem; bucken; buckink; bukkem; bukkum; harde bokkes; kipper; spekbokking; strobokking.

koud
gerookt
warm
gerookt
met
kop
zonder
kop
bokking🐟🐟
brado🐟🐟
brander🐟🐟
kipper🐟🐟
spekbokking🐟🐟
strobokking🐟🐟
het verschil zit ‘m in de details

De Engelse kipper is juist een warmgerookte haring. (Links en rechts is ook een dingetje in Engeland.)

Het woord bokking is afgeleid van de dierennaam bok vanwege de onaangename geur. De uitgang -ing wordt vaak bij visnamen gebruikt, denk aan haring, paling, spiering en wijting.

boezeroen

Betekenis: herdersjas; kiel; visserskiel; overhemd; werkhemd.

Varianten: bazeroen; bazeloen; barzeloen; basseloen; bazeroel; boezeloen; bozzeloen; bosseloen; boezelaan; boezeroes; moezeroen; bloezeroen; blazeroen.

kamizool

Betekenis: vest; borstrok;

Varianten: kammezaol; kammezol; kamisool; kamezulke; kamezielke.

wambuis

Betekenis: een hemd dat onder het pantser werd gedragen; buis (kledingstuk).

Varianten: wambaes; wambeis; wambois; wambuus; wammes; wambōs; wambūs; wambes; wams; wambīs; wambas; wambais.

borstrok

Betekenis: warm, wollen onderkledingstuk gedragen tussen hemd en bovenkleding.

Variant: hemdrok.

mecenas

Foto van de marmeren bust van Gaius Maecenas in de Palazzo dei Conservatori te Rome.

Betekenis: kunstbeschermer.

Maecénas was een voornaam Romeinsch edelman ten tijde van keizer Augustus. In zijn prachtig paleis vereenigde hij de voornaamste dichters (o.a. Virgilius en Horatius) om zich en verleende hun geldelijken steun. Vandaar dat een beschermer der kunst in onze dagen nog wel een Maecenas heet.