nebbisj

Betekenis: armetierig; ocharm; zielig; sjofel; uitroep van medelijden.
Varianten: nebbis; nebbisch; nebbisj; achenebbisj; ochgenebbisj; aggenebbisj; oggenebbisj; achenebbisch.

Mogelijk slavisch leenwoord, vergelijk rotwelsch nebbich (domoor).