katser

katsers
katsers
Betekenis: (1) schoen; (2) veelprater; onzin prater; (3) slager; (4) advocaat; (5) meer katachtig.

«Wat een mooie katsers heb jij!»

Minoes uit Minoes van Annie M.G. Smidt (1970) wordt verweten steeds kattiger te worden omdat ze veel met katten omgaat. Zij vindt katser beter woord.

Minoes wordt steeds katser
Minoes wordt steeds katser

klaks

klaks
spermatozoide

Betekenis: sperma.
Varianten: kwakkie; mannenpap.

Misschien afkomstig van klak.
Betekenis: klodder; vlek; klad.
Varianten: clacke; clac; kleck; klecks.
Wordt gebruikt vanaf de tweede helft van de 15de eeuw.