knapzak

Betekenis: een zak met eten voor op reis.

Het woord is afkomstig van het oud-Nederlandse woord voor eten: «knappen».

roezen

Betekenis: ongeteld kopen; roezemoezen; rommelen en stommelen; rumoer maken; tekeergaan.

mitsgaders

Betekenis: daarbij nog; bovendien.
Varianten: metgaders; metgader.

snorken

Betekenis: snurken; zich onder het maken van een suizend of gonzend geluid snel voortbewegen, inzonderheid door de lucht.
Varianten: snorcken; snorken; snarchen, snerken; snarken.

gappen

Betekenis: stelen.

kwinkslag

Betekenis: snaaks gezegde; insinuatie; vlugge, verrassende slag of zet; geestig gezegde; aardigheid.

beuren

Betekenis: opheffen, tillen, optillen, innen.

aamborstig

Betekenis: kortademig.

afgeleid van angborstig. Ang is verwant met eng. Iemand die aamborstig is heeft dus een enge benauwde borst.

sikker

Betekenis: dronken.
Varianten: sik; sjikker.