asjeweine

Kassie-zes jeneverfles
Kassie-zes jeneverfles
Betekenis: kapot; weg; dood; verdwenen.
Varianten: àsfwijne; kassiewijne; kassiewijle; kassie-zes; gasjewijne; kasjewijne; sjewijne.

Rond 1950 in het Nederlands in gebruik gekomen via het Jiddisch hasjeweine (‘weg, verdwenen’). De oorsprong ligt in het Hebreeuwse hasjibhenu (‘doe ons terugkeren’). Dit is de aanhef van de liturgische tekst bij het wegdragen en aan het gezicht onttrekken van de wetsrol aan het eind van de joodse eredienst.

Asjeweine gaan kan weggaan en doodgaan betekenen.
Asjeweine maken betekent laten verdwijnen en vandaar ook stelen.
Kassie-zes als eufemisme voor de dood, refereert aan de zes planken waarvan een doodskist (opgevat als kastje) is gemaakt.

Kassie-zes jeneverfles
Kassie-zes jeneverfles van distilleerderij/ bottelier/ slijter Wanders uit Schiedam (ca. 1952)
Kassie-zes is ook een dobbelspel. Met drie dobbelstenen moet je eerst de vier, dan de één en dan de zes gooien. (In het Engels heet dit spel cast.)

 

naatje pet

Betekenis: helemaal niets; waardeloos; knudde; mislukking; afgang.
Varianten: naatje; pet.

Monument ter herinnering aan den Hollandse Volkswil 1830-1831, beter bekend als ‘Naatje’.

Waarschijnlijk is met naatje in deze uitdrukking oorspronkelijk een beeld bedoeld: een vrouwenfiguur die vroeger op de Dam in Amsterdam stond. Dit in 1856 opgerichte monument heette Monument ter herinnering aan den Hollandse Volkswil 1830-1831. Het herinnerde aan de Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen in 1831. Gek genoeg werd dit eerste Nederlandse nationale monument gemaakt door de Vlaming Louis Royer.
De vrouwenfiguur moest volgens de tekst op de sokkel de ‘Eendracht der Hollandsche Natie’ verbeelden. Het verhaal gaat dat de letter i van het woord natie met een naar links (in plaats van naar rechts) omgekrulde voet was gebeiteld. De Amsterdammers vonden dus dat er ‘Natje’ stond. Vervolgens werd de bijnaam van het beeld Naatje. Daaraan zal vast hebben bijgedragen dat het woord naadje een plat woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel is.
Het beeld dat Naatje genoemd werd, was niet erg stevig. Al snel na de oprichting was Naatjes neus afgevroren. Haar hoofd moest eraf worden gehaald, zodat de restaurateur de neus kon maken. Later brak haar linkerarm af. Ook vonden de voorbijgangers haar gewoon lelijk. Dat naatje dus de negatieve betekenis ‘knudde, waardeloos’ kreeg, is niet verwonderlijk. In 1914 moest Naatje het veld ruimen voor de elektrische tram.

Het verdwijnen van Naatje van den Dam - Kleine Piet.
Het verdwijnen van Naatje van den Dam – Kleine Piet.

Tot ver in de twintigste eeuw werd een (revue)liedje gezongen met de tekst: “En Naatje van de Dam, die moest verdwijnen, die moest verdwijnen, en Naatje van de Dam, die moest verdwijnen voor de elec-te-ri-sche tram.”

‘Dat is pet’ betekent ook ‘dat is waardeloos’. Het woordenboek van Koenen nam pet in 1952 als eerste woordenboek in deze betekenis op. Waarschijnlijk is hier oorspronkelijk het hoofddeksel bedoeld. De pet werd halverwege de 20e eeuw vooral gedragen door arbeiders en boeren.

rambam

‘Krijg de rambam’ (of: ‘Krijg het rambam’) betekent ‘verrek maar’, ‘val dood’, ‘bekijk het maar’.

Je kunt rambam ook op andere manieren gebruiken, bijvoorbeeld ‘Ik krijg er de rambam van’ (dit betekent zoiets als ‘het werkt me op de zenuwen’, ‘ik word er gek van’) en ‘Ze werkt zich de rambam’ (‘ze werkt zich een ongeluk’).

maimonides
Moosje ben Maimon

Van Dale (2015) en het boek Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands (2002) vermelden dat rambam een verkorting is van de naam van rabbi Moshe (of Moosje) ben Maimon (1135-1204) ofwel de zoon van Maimon, een geleerde die de wetenschappelijke naam Maimonides voerde. Hij was niet alleen de grootste Joodse geleerde van de Middeleeuwen, maar ook arts. Dat laatste verklaart misschien dat de/het rambam de suggestie oproept van een of andere ziekte.

Hoe de naam van deze geleerde in een verwensing is terechtgekomen, is niet duidelijk. In het Bargoens woordenboek (1974) staat: “Behalve om de klank, die gewelddadigheid suggereert, werd de naam van deze lijfarts van verschillende sultans wellicht ook aangeroepen om daarmee de ziektes waarvoor hij ingeroepen moest worden, op te roepen.” Maar H. Beem schrijft in zijn boek Uit Mokum en de mediene (1974) dat Rambam en krijg de rambam niet met elkaar in verband staan. In het Jiddisch werd harber rambam aan het begin van deze eeuw gebruikt in de betekenis ‘een moeilijke plaats’, waarmee bedoeld werd: een moeilijk te interpreteren passage in een godsdienstig of filosofisch werk. Het is mogelijk dat krijg de rambam oorspronkelijk ‘krijg een ziekte op een moeilijke plaats’ betekende. Dit soort ziekteverwensingen komen vaak voor, denk bijvoorbeeld aan ‘Krijg de kanker achter je hart, dat de dokter er niet bij kan komen.’

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006), het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997) en het Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en jargon van Marc De Coster (2002) leggen allemaal wél een direct verband met de naam van de twaalfde-eeuwse geleerde.

Bronnen:

  • Genootschap onze taal
  • Medisch Contact, Jan Hein van Dierendonck (2008)
  • Groot Uitdrukkingenwoordenboek, Van Dale (2006)
  • Etymologisch Woordenboek, Van Dale (1997)
  • Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en jargon, Marc De Coster (2002)