snorken

Betekenis: snurken; zich onder het maken van een suizend of gonzend geluid snel voortbewegen, inzonderheid door de lucht.
Varianten: snorcken; snorken; snarchen, snerken; snarken.

boldootkar

Betekenis: spotnaam voor een strontkar of beerwagen.

Een strontkar of beerwagen was een – meestal houten – kar waarmee in de stad urine en ontlasting werd opgehaald. De strontkar ontstond in de 19e eeuw en verdween met de komst van het riool en toilet.

Boldoot was in vroeger jaren een bekend eau de cologne merk.

wrochten

Betekenis: creëren; zware handenarbeid doen.

Vaak schertsend gebruikt voor voor het tot stand brengen van iets kunstigs.
«Zware handenarbeid doen» komt van de oorspronkelijke betekenis werken.
Eind achttiende, begin negentiende eeuw afgeleid van gewrocht, een oud voltooid deelwoord bij het werkwoord werken dat vervoegd werd als werken – wrocht – gewrocht.

watjekou

Betekenis: ababbel; abbedudas; abberdoedas; abeldoedas; aberdoedas; appeldoedas; averdas; blaas-op; dobberopsojemiter; dof; dril; fleer; hababbel; habbedudas; haberdas; haberdoedas; harde slag; haverdas; haverdegortslag; heis; hengst; kaaksmeet; kanjer; kink; kinkert; kinnebakslag; klabedder; klabets; klets; lababbel; labberdoedas; lap; lawaai; lawabbes; lawibes; lebabber; lik; makke; matjekol; mep; muilpeer; okkie; oorveeg; opblazer; opbliksem; opchiffonnière, opsecretaire; opdobber; opdonder; opduvel; opflikker; opjakker; opkanjer; oplababbel; oplababber; oplatafel; oplawaai; oplawaaier; oplazer; oplelabber; opmepperd; opmiter; opnaaier; opneuker; oppetatter; oppeuter; opsalamander; opstopper; opzaniker; pats; peut; pomp; puim; saai; saberdas; tik; veeg; vive l’amour; vrijzetter; zeen.
Varianten: ’n watje kou; katjewou; lewatsjekou; watjekal; watjekau; watjeko; watjekouw; watjekow; watjikow; watsjekou.

watjekou
Dick Bos

Een goede watjekou wordt in het gezicht uitgedeeld.
Verbastering van het Engelse: what-you-call (wat mot je).