adamist

Betekenis: naaktloper.

Niet te verwarren met een adamiet. De adamieten waren een christelijke sekte in de oudheid. Van de 2e tot de 4e eeuw dansten ze naakt als Adam ritueel rond het vuur. Toch best adamistisch.
Laatmiddeleeuwse groepen met gelijkaardige denkbeelden worden ter onderscheiding soms neo-adamieten genoemd. In de 13e eeuw waren er in de Nederlanden en daarbuiten de «Broeders en Zusters van de Vrije Geest», en in de 15e eeuw de Taborieten van Bohemen.

onbemiddeld

Betekenis: niet van aardse middelen voorzien, geen vermogen bezittende, arm.

Om in aanmerking te komen voor een woning kunt u op onze wachtlijst geplaatst worden.

Daarbij dient u te voldoen aan de voorwaarden die de gemeente Haarlem stelt aan het wonen in een huurwoning binnen haar grenzen en een vrouw te zijn vanaf ongeveer 55 jaar, alleenstaand en onbemiddeld.

Frans Loenenhofje, Haarlem

hoofdkaas

Betekenis: preskop; zult.

Varianten: frut; zure zult; varkenskop; huidvleis; kipkap; geperste kop; poskop; huré; uuflakke.

Een bereiding van meestal varkensvlees, maar ook van andere dieren, van voornamelijk de kop, staart en de oren.

Oorspronkelijk werd dit gerecht vooral gemaakt om «niets verloren te laten gaan» van het varken. Met stukjes augurk, paprika, kruiden en gelatine wordt de kop van het varken gekookt; vervolgens worden de schedel en/of beenstukken verwijderd, waarna het vlees wordt afgekoeld en door de vleesmolen gedraaid. Het mengsel wordt ten slotte in een pot (terrine) samengedrukt door het te «pressen» met een verzwaard deksel. Hierdoor wordt het geheel consistenter zodat het in plakjes als bijvoorbeeld broodbeleg kan dienen, soms in combinatie met mosterd of een speciale «kopsaus».

Het gerecht wordt ook wel «verbeterd» met rund- of paardenvlees. Het samendrukken wordt dan vaak achterwege gelaten, omdat de pulp voldoende indikt. De fabrieksmatig vervaardigde hoofdkaas wordt soms nog verder bereid met meerdere vleessoorten.

smos

Betekenis: stuk stokbrood belegd met kropsla, hardgekookt ei, tomaat, mayonaise en augurk met daarop een beleg of salade naar keuze (bv. ham, kaas, ham en kaas of krabsalade).

Komt van «smossen», dat morsen betekent. Er wordt namelijk zoveel beleg in het broodje gepropt dat er bij elke hap flink gemorst wordt. In Wallonië noemen ze eenzelfde constructie een «dagobert» en in Brussel een «sandwich club».

Ga naar de inhoud