sjikker

Betekenis: dronken.
Variant: straalmalazeressjikker.

In het Hebreeuws: šikkōr (dronken).

Zie ook: sikker.

katser

katsers
katsers
Betekenis: (1) schoen; (2) veelprater; onzin prater; (3) slager; (4) advocaat; (5) meer katachtig.

«Wat een mooie katsers heb jij!»

Minoes uit Minoes van Annie M.G. Smidt (1970) wordt verweten steeds kattiger te worden omdat ze veel met katten omgaat. Zij vindt katser beter woord.

Minoes wordt steeds katser
Minoes wordt steeds katser

piechem

Betekenis: rare vent; onaanzienlijke karikaturale figuur.
Varianten: piegem; pichem; pichum.

Afgeleid van het Hebreeuwse piega (wind; scheet; van generlei waarde) en het jiddische pegime dat weer afgeleid is van het Hebreeuwse pəgīmā (klein gebrek, oneffenheid).

nakketakker

Betekenis: zeurkous; onaangenaam persoon; bedrieger; iemand zonder geld maar met veel praatjes; kale bluffer; armoedzaaier; arme man; vent van niks.
Varianten: nakkedikker; nakketikker; niksnakker; niksnaks.

Afgeleid van het Jiddische nakkedik (naakt, arm) en nakkedikker (arme man, vent van niks) dat weer afgeleid is van Middelhoogduitse nacketac (naaktheid).

attenoje

Betekenis: uitroep van verbazing 1906 (tussenwerpsel).
Varianten: attenoj; attenoje; attenöe; addenoj (jiddisch: (mijn) Heer); ʼadhōnāj (Hebreeuws: mijn Heer); adonaj (Hebreeuws: mijn Heer).

nebbisj

Betekenis: armetierig; ocharm; zielig; sjofel; uitroep van medelijden.
Varianten: nebbis; nebbisch; nebbisj; achenebbisj; ochgenebbisj; aggenebbisj; oggenebbisj; achenebbisch.

Mogelijk slavisch leenwoord, vergelijk rotwelsch nebbich (domoor).

Skip to content