hovaardig

Betekenis: arrogant; hoogmoedig; trots.

Hovaardig is afgeleid van het middeleeuws Nederlandse woord hovaert of hovaerde, dat «trots» of «overmoed» betekent. Het eerste deel van het woord is ho en dat komt van hoog – de g is in de uitspraak verdwenen. Vaert of vaerde is de voorloper van vaart in de betekenis «het (voort)gaan, tocht». Waar we bij vaart nu al snel aan schepen denken, kon het aanvankelijk ook verwijzen naar het rijden op een paard of met een wagen. Iemand die «ho(og) vaert», oftewel «hoog te paard zit», verhief zich boven anderen. Zo kreeg hovaardig de betekenis «verwaand, arrogant». «Over het paard getild» dus eigenlijk.

kompel

Betekenis: mijnwerker.

Kompel is afkomstig van het Limburgse koempel, dat op zijn beurt komt van het Duitse Kumpel, hetgeen oorspronkelijk «vriend» of «maat» betekende.

postiljon

Betekenis: postrijder.

kwijlebabbel

Betekenis: slijmbal; kwal; mispunt; misselijke vent; naarling.

Varianten: kwijlbal; kwielbabbe; kwijlbek; kwijlbab; kwijlebabber.

schonk

Betekenis: grof bot, zoals een dijbeen of bovernarmbeen.

Wanneer geen merg meer uit de beenderen druipt, legt men de schonken in eenen pot en zet dien nogmaals in den oven, om het nog in de beenderen overgebleven merg op te zamelen.

Uit: Exercitiën en evolutiën der kavallerie: vastgesteld bij Zr. Ms. besluit van den 23en junij 1855. Voorschrift omtrent de wapenen en munitie, het ledergoed, het paardentuig en de bepakking der kavellerie.