floer

Betekenis: zachte, fijngeweven stof, waarbij rechtopstaande pluizen van zijde of katoen met de kettingdraden zijn meegeweven en afgesneden.

Variant: velours.
Synoniem: fluweel.

impromptu

Betekenis: iets dat zonder voorbereiding is gemaakt.

Een vers voor de vuist vervaardigd, onvoorbereid; ook een in haast bereide maaltijd.

Voor de vuist weg.

dogma

Betekenis: leerstelling, vastomlijnd geloofsartikel.

Vastomlijnde, aan geen discussie meer onderhevige leerstelling.

DogmaĀ wasĀ oorspronkelijkĀ een neutraal woord, datĀ onder andereĀ een leerstelling van de Kerk aanduidde. In de loop van de tijd kreeg het een negatieve connotatie, doordat de dogma’s van de kerken maar ook dogma’s bij filosofen als star werden ervaren. Hierdoor ontstond een betekenis ā€˜starre leerstellingā€™, die ook overdrachtelijk buiten de kerk kon worden gebruikt.

De Amerikaanse klimatologe Judith Curry, die zichzelf ā€œvoormalig hogepriesteres van de opwarming van de aardeā€ noemt, zegt over het IPCC: ā€œAls dat het dogma is, mag je mij ketter noemen.ā€

Katholiek Nieuwsblad, 19 mei 2016

begijn

Betekenis: vrouw die leeft als lekenzuster.

Alleenstaande, rooms-katholieke vrouw die met andere vrouwen gemeenschappelijk als geestelijk zuster leefde. De dames wijdden hun leven wel aan het roomse geloof maar maakten formeel geen deel uit van een kloosterorde.

Fragment uit een manuscript van het begijnhof Sint Aubertus (Poortacker) te Gent. Gemaakt ca. 1840.
Bron: Door Onbekend – Universiteitsbibliotheek UGent, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=93612965

keper

Betekenis: weefpatroon waarbij de inslag verspringt, visgraatmotief in weefsel.

In de bouwkunde is een keper een dakspant.

Bron: Joostdevree.nl

opkalefateren

Betekenis: herstellen, oplappen, kalefateren, breeuwen.

Griekse visser aan het kalefateren
Bron: Rmoorlag – Eigen werk, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=5616851
Ga naar de inhoud