hovaardig

Betekenis: arrogant; hoogmoedig; trots.

Hovaardig is afgeleid van het middeleeuws Nederlandse woord hovaert of hovaerde, dat «trots» of «overmoed» betekent. Het eerste deel van het woord is ho en dat komt van hoog – de g is in de uitspraak verdwenen. Vaert of vaerde is de voorloper van vaart in de betekenis «het (voort)gaan, tocht». Waar we bij vaart nu al snel aan schepen denken, kon het aanvankelijk ook verwijzen naar het rijden op een paard of met een wagen. Iemand die «ho(og) vaert», oftewel «hoog te paard zit», verhief zich boven anderen. Zo kreeg hovaardig de betekenis «verwaand, arrogant». «Over het paard getild» dus eigenlijk.

verdonkeremanen

Betekenis: achterhouden; achteroverdrukken; afnemen van bezit; gappen; inpikken; jatten; kapen; nakken; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; snaaien; stelen; stiekem wegnemen; toe-eigenen; verdoezelen; verdonkeren; vervreemden; wegfrommelen; wegfutselen; wegkapen.

slabakken

Betekenis: verslappen; treuzelen; kwijnen; traag werken; verminderen.

Variant: slabbakken.

liederlijk

Betekenis: losbandig, lichtzinnig, zedeloos, ontuchtig. Verwant aan lodder.

Jan Steen – Het dronken paar, 1655

hansworst

Betekenis: belachelijk persoon, dommig persoon. Van oorsprong een gangbare naam voor een toneelzot in 17e-eeuwse toneelstukken. Hans Worst was ooit de hoofdpersoon in de poppenkast; hij werd opgevolgd door Jan Klaassen.

Hans Worst. Bron: Wikipedia

quisling

Betekenis: verrader, collaborateur. Eponiem, naar de Noorse fascistische politicus Vidkun Quisling (1887-1945) die in het door de Duitsers bezette Noorwegen van 1942 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog minister-president was. Zijn naam is in diverse talen synoniem geworden voor ‘landverrader’,

Bron: Riksarkivet (National Archives of Norway) from Oslo, Norway