postfris

Betekenis: ongebruikt.

‘Postfris’ is een echte filatelistenterm; de postzegels moeten dan niet alleen ongestempeld zijn, maar ook moet de gegommeerde achterzijde nog onaangetast aanwezig zijn. De nieuwste zelfklevende postzegels zijn postfris als zij nog op het plakvel zitten.

Dit Nederlandse blokje vliegt vooral postfris voorbij (Ruud van Capelleveen)

ochlocratie

Betekenis: een door het ge­peu­pel be­heers­te sa­men­le­ving.

“Het is de keerzijde van de democratie. Antieke denkers over staatsinrichting (…) hebben al onderkend dat democratie en de zeggenschap van burgers kunnen ontaarden in ochlocratie en de willekeur van de onderbuikgevoelens van het gemene volk. Het is een ingebakken systeemfout van het algemeen kiesrecht.”

Bron: Populisme (Ilja Leonard Pfeijffer, NRC Handelsblad, 6 mei 2016)

daldeejen

Betekenis: plezier maken.

In jeugdtaal van de jaren tachtig: ‘alles doen waar je zin in hebt’. Dit (dialect)woord (uit de Achterhoek) werd populair gemaakt door de popgroep Normaal. Het tienerblad Popfoto omschrijft het als ‘feest vieren, gein trappen op z’n Achterhoeks’. Normaal verrijkte de vaderlandse cultuur ook met andere uitdrukkingen zoals oerend hard en höken (‘lol trappen, gek doen’).

Ga naar de inhoud