gaffel

Betelekenis: neus; tweetandige vork.

ornaal

Betekenis: met water gevulde glazen buikfles die voor een kaars geplaatst als loep diende en het licht versterkte.

Varianten: ordinaal; arnaal; ernaal; urinaal.

Vroeger vooral in gebruik bij kantwerksters.

ornaal

euzie

Betekenis: het over de muur uitstekende deel van het dak.

Varianten: ozing; ozie; oozie; oez;, jozze; eusdje; euze; euzele; eze; neze.

tremel

Betekenis: trechter in graanmolen.

Variant: treem.

Trechter waardoor het graan loopt dat in een molen wordt gemalen.

diezig

Betekenis: nevelig; wazig; mistig.

Variant: dijzig.

boeleren

Betekenis: in overspel leven; overspelig zijn; een ongeoorloofde vrijpartij hebben; ontucht bedrijven; vrijen; beminnen; uitgaan; zwieren.
Varianten: boelyren; boilen; boeleren; bulen.

kween

Betekenis: genetisch vrouwelijk hoefdier waarbij in meer of mindere mate geslachtskenmerken van mannelijke dieren aanwezig zijn; oude, truttige vrouw; onvruchtbare koe.

Variant: kwee.

Skip to content