diezig

Betekenis: nevelig; wazig; mistig.

Variant: dijzig.

boeleren

Betekenis: in overspel leven; overspelig zijn; een ongeoorloofde vrijpartij hebben; ontucht bedrijven; vrijen; beminnen; uitgaan; zwieren.
Varianten: boelyren; boilen; boeleren; bulen.

kween

Betekenis: genetisch vrouwelijk hoefdier waarbij in meer of mindere mate geslachtskenmerken van mannelijke dieren aanwezig zijn; oude, truttige vrouw; onvruchtbare koe.

Variant: kwee.

boezeroen

Betekenis: herdersjas; kiel; visserskiel; overhemd; werkhemd.

Varianten: bazeroen; bazeloen; barzeloen; basseloen; bazeroel; boezeloen; bozzeloen; bosseloen; boezelaan; boezeroes; moezeroen; bloezeroen; blazeroen.