gelag

Betekenis: eet-, drinkpartij.

Het gelag betalen: de straf van anderen dragen, opdraaien voor de kosten, de schuld moeten voldoen, voor de gevolgen opdraaien.

De gelagkamer is de ruimte van een café waar de klanten worden bediend.

doezelaar

Betekenis: opgerold stuk zeemleer of papier, aan beide einden toegespitst en gebruikt om bij krijttekeningen (pastel) de tinten door wrijven gelijkmatig te verdelen.

Rolletje zeemleer om krijt dun uit te wrijven.

riksja

Betekenis: licht tweewielig karretje voor personen- of goederenvervoer, door één persoon lopend of fietsend getrokken.

Verkort uit japans ‘jinrikisha’, van ‘jin’ [man] + ‘riki’ [kracht] + ‘sha’ [voertuig].

De Riksja is erg populair in Zuid-Azië.

plomberen

Betekenis: met lood vullen.

In de tandheelkunde: gaatjes in tanden en kiezen vullen met goud, amalgaam of porselein door de tandarts.

Gevulde kiezen.

Skip to content